Home Over het project Werkzaamheden en planning Archief & Zoeken Contact English 日本語
Foto bij
dinsdag 18 september 2018

Grondig onderzoek in de Amstelveense grond

Wendy van der Meulen

Amstelveen is op het eerste gezicht geen archeologische schatkamer. Romeinse badhuizen of spannende neanderthalerskeletten vliegen je er immers niet om de oren. Of bedriegt de schijn, en is er misschien tóch een interessant verborgen verleden, nu nog onttrokken aan het oog? Onderzoek door een gespecialiseerd bedrijf zal het uitwijzen.

Het is geregeld in de ‘Wet op de archeologische monumentenzorg’, de Erfgoedwet: wie gaat graven, en daarbij minimaal dertig centimeter de grond in gaat, is verplicht om archeologisch onderzoek te laten uitvoeren. Bij de vernieuwing van de Amstelveenlijn is daar sprake van rond de drie geplande ongelijkvloerse kruispunten. En om die te kunnen bouwen, is een omgevingsvergunning nodig. Voldoen aan de Erfgoedwet is een vereiste om die te verkrijgen.

Het Projectteam Amstelveenlijn schakelde een gespecialiseerd bedrijf in om de klus te klaren, EARTH Integrated Archaeology. Jos de Moor werkt er als specialist landschapsarcheologie. Hij vertelt dat al in 2010, tijdens de vroege planning van de Amstelveenlijn-vernieuwing, het advies werd gegeven om op de plek van de kruispunten archeologisch onderzoek uit te voeren. “Maar het was toen ook al meteen duidelijk dat de traditionele werkwijze, gravend onderzoek, niet mogelijk zou zijn. Rond de kruispunten zijn veel wegen, loopt de tramlijn en liggen kabels en leidingen. Een groot werkterrein inrichten zou te lastig zijn en teveel geld en tijd kosten.”

Speciale boor

EARTH kwam op de proppen met een praktische en innovatieve aanpak, die Jos omschrijft als ‘inzicht verkrijgen zonder te graven’: gerichte, hoog-kwalitatieve boringen. “Daarbij halen we met een speciale hydraulische boor grondmonsters naar boven, die we vervolgens met een team van specialisten onderzoeken. Het voordeel daarvan is dat het werk op locatie relatief snel gaat en wij daarna zorgvuldig de monsters kunnen bestuderen. Tegelijkertijd voldoen wij met deze manier van werken aan de Erfgoedwet.”

Zo gezegd, zo gedaan. In augustus voerde EARTH het veldwerk uit – eerst bij Kronenburg, daarna bij Zonnestein en tot slot bij de Sportlaan. Op elke kruising vonden twee boringen plaats, tot een diepte van ongeveer 8,5 meter. De grondmonsters zijn vervolgens in buizen verpakt en overgebracht naar het laboratorium.

Zandvlaktes en bossen

Het feitelijke veldonderzoek is dus nog maar net afgerond, maar Jos heeft al wel een globale verwachting van wat het zal opleveren. Hij duikt daarvoor diep in het verleden en baseert zich op eerdere opgravingen. “Zo’n tienduizend jaar geleden eindigde de laatste ijstijd. Temperaturen werden aangenamer en landschappen werden leefbaar. In wat nu Nederland is, leefden jagers op zandvlaktes en in bossen. Die mensen lieten dingen achter, zoals vuurstenen objecten, maar ook onderdelen van hun dieet, zoals pitten uit dennenappels en hazelnootschillen. Daarnaast kreeg van lieverlee de zee en het kustgebied meer invloed op het landschap. Het land overstroomde, en dat zien we bijvoorbeeld als we kokkelschelpen tegenkomen.”

Jos laat de eerste foto’s zien van de Amstelveense grondmonsters. De schelpen zijn meteen zichtbaar. “Maar om verder iets zinnigs te kunnen zeggen, vooral over de diepere lagen, moeten we de komende maanden nog heel hard aan de slag. Het is arbeidsintensief werk, want we onderzoeken de grondlagen en maken een reconstructie van hoe het landschap van Amstelveen er duizenden jaren geleden uitzag. Ook zeven we de grondmonsters, waarna wellicht bepaalde objecten overblijven die we dan moeten analyseren. Maar als ik een voorzichtige voorspelling doe: theoretisch gezien kunnen de vroegste Amstelveners misschien wel zo’n acht- tot tienduizend jaar oud zijn.”

Bruikbare informatie

EARTH verwacht de eindrapportage te kunnen leveren in de zomer van 2019. Is dat dan alleen maar leuk en interessant? “Nee, het is meer dan dat”, antwoordt Jos. “Het clichébeeld van archeologie is een club mensen met een schraapmesje en een troffeltje, in een modderige bouwput. Dat is niet terecht. Het is nuttig om te weten wat er in de grond zit. Het levert voor de huidige tijd bruikbare informatie op. Stel, een projectontwikkelaar gaat over een paar jaar elders in Amstelveen bouwen en daarvoor de grond opengraven. Hij heeft er dan baat bij om te weten wat hij tegenkomt en hoe diep hij kan gaan.”

Jos bepleit meteen dat straks de kennis, die het archeologisch onderzoek in Amstelveen oplevert, gaat worden gedeeld met het publiek. “In Almere bijvoorbeeld, waar nog altijd veel wordt gebouwd en waarvoor we de bodem van de huidige Flevopolder onderzoeken, is men heel actief met het verstrekken van publieksinformatie via informatieborden op locatie. Dat zou, vind ik, in Amstelveen straks ook een goede zaak zijn.”

Foto bij
Grondmonster boringen archeologisch ondezoek

Heeft u vragen? Stel ze hier.

Wil u dit artikel delen?