Home Over het project Werkzaamheden en planning Archief & Zoeken Contact English 日本語
Foto bij
maandag 13 augustus 2018

GVB-metrobestuurders : Rijden op de oude lijn heeft zijn charme.

Lijn 51 rijdt in zijn huidige vorm, met het materieel uit 1990, nog tot komend voorjaar. Voor de bestuurders komt het eind dus in zicht. Hoe is het voor hen om (nog pakweg een half jaar) op die bijna-gepensioneerde lijn te rijden?

De koffie pruttelt, in het kantoortje van GVB op Amsterdam Zuid. Buiten klettert ineens een zomerse bui en diverse medewerkers vluchten naar binnen. Monique Kenton en Henny Zutt zitten daar al. De metrobestuurders hebben pauze en zitten in de startblokken om ons te vertellen over hun werk op ‘de 51’.

“Ik werk al meer dan twintig jaar bij GVB”, vertelt Monique (46). “Ik ben begonnen als conducteur, werd daarna trambestuurder en zit sinds 2000 bij de metro. Hier ben ik helemaal op mijn plek.” Henny (54): “Ik werkte in een financiële functie op Schiphol. Helaas verloor ik die. Zo’n vijf jaar geleden heb ik bij GVB gesolliciteerd. Nu heb ik deze fijne baan, ik ben het bedrijf erg dankbaar.”

In de rij

Op lijn 51 werken pakweg 65 metrobestuurders. Tien daarvan zijn vrouw.
“Alle bestuurders zijn in principe all-round, we kunnen op alle metrolijnen werken”, zegt Henny.

“We zitten nu in een nieuwe situatie”, vult Monique aan. “De Noord/Zuidlijn rijdt en daar stonden natuurlijk zo’n beetje alle bestuurders voor in de rij. Maar de andere lijnen moeten ook blijven rijden. En zeker de Amstelveenlijn, want die is uniek. Die vergt specifieke kennis en ervaring. Dat doen Henny en ik, en de andere collega’s die op de 51 rijden, met alle plezier.”

Met ‘uniek’ duidt Monique op het feit dat het huidige materieel van de Amstelveenlijn nergens anders rijdt. “Dat heeft zeker zijn charme”, vindt ze. “Lijn 51 is deels sneltram, deels metro. Het zogenaamde ombouwen van metro naar sneltram, en andersom, op station Zuid is altijd wel een beetje spannend. En we lossen elkaar ook af op Zuid. Dat moet altijd heel snel.” “Wat ik heel leuk vind”, zegt Henny, “is dat je door een woonwijk rijdt. Dat is een compleet ander gevoel dan rijden door een tunnel. En ik geniet extra als ik bijvoorbeeld een mooie zonsondergang zie.” “Ja, prachtig”, beaamt Monique. “Ik herinner me dat we in Westwijk, toen daar nog niet zoveel was gebouwd, door de maisvelden reden.”

Draaien met je nek

“Je bent echt bézig in dit materieel”, zegt Henny. “Het is geestelijk en fysiek best een pittige lijn. We hebben lange diensten, de pedalen zijn vrij zwaar en we draaien constant met onze nek. Want anders dan in het overige metromaterieel hebben we geen monitor in onze cabine, dus we kijken zelf voortdurend naar buiten, naar links en naar rechts. Alles moeten we scherp in de gaten houden.”

Als er een storing is tijdens een rit, proberen de bestuurders daar in eerste instantie zelf iets aan te doen, voor zover mogelijk. Henny opnieuw: “Dan moet je denken aan kleine storingen, zoals een deur die niet opengaat of niet wil sluiten. Zoiets proberen we zelf op te lossen, door bijvoorbeeld te proberen de deuren te openen of ter plaatse af te sluiten. Maar als dat niet helpt, dan bellen we de verkeersleiding en komen de monteurs in actie.”

Met de toekomst voor de deur – vernieuwde lijn, gloednieuwe 15G trams – behoren dit soort perikelen straks tot het verleden. “Maar wat we soms horen van reizigers en via collega’s”, zeggen Monique en Henny, “is dat veel mensen bezorgd zijn over de knip op station Zuid, en dat ze straks moeten overstappen. Heel begrijpelijk. Het is fijn zoals het nu is, het is vertrouwd. Het zal een kwestie van wennen worden. Maar het staat natuurlijk buiten kijf dat de lijn en het materieel gemoderniseerd moeten worden. De boel is echt verouderd.”

Aardige mensen

Gezien hun werkplek – meestal in de cabine – hebben Monique en Henny weinig direct contact met reizigers. “Wel herken je je vaste klanten”, zegt Monique. “Vooral oudere mensen zijn aardig, die knikken of zwaaien.”
Maar er zijn ook minder leuke momenten, gaat ze verder: “Er was een periode waarin lijn 51 vaak niet kon rijden. Dan krijg je al gauw een opgestoken vinger of wordt er zelfs gespuugd. We blijven altijd kalm en reageren zo min mogelijk, maar er is natuurlijk een grens…”

Henny: “Sommige dingen zijn ook moeilijk uit te leggen aan het publiek. Zo liggen er bordjes tussen de rails, die precies aangeven waar wij moeten stoppen, afhankelijk van het aantal treinstellen. Dat is dan niet altijd waar de reizigers zich bevinden op het perron. Dat leidt soms tot irritatie. Maar ja, ik kan er niets aan doen.”

En daarnaast komt het aan op het instinct en het inlevingsvermogen van de bestuurder. Henny heeft een leuk voorbeeld: “Het is soms heel erg druk. Dan staat iedereen hutjemutje. Daar verontschuldig ik me dan voor via de omroep. En ik maak er soms een grapje bij. ‘Lekker dicht op elkaar, wie weet ontmoet je nog je nieuwe liefde!’.”

Foto bij
Oog voor het mooie op de lijn. Henny maakt er graag foto's van.
Foto: Henny Zutt

Heeft u vragen? Stel ze hier.

1 september 2018 | 19:39

anoniem

Materieel 51 komt mij prima over en ‘verouderd’ niet voor mij als reiziger. Zonde om weg te doen. Wat worden wijk beter van een ‘tremmetje?’ En dat overstappen op zuid wordt een stuk lastiger. En we gaan er haltes tussenuit halen, maar dat vinden de ‘oudjes’ niet zo leuk. En die paar minuten op de reisduur, telt dat zo zwaar? Dit waren mijn bezwaren bij een overigens erg leuk en vakkundig bedrijf.

reageer op anoniem
3 september 2018 | 14:39

Wendy

@anoniem: Het huidige sneltram-/metromaterieel zal na een opknapbeurt door GVB weer ingezet worden als metro op het metronetwerk.

reageer op Wendy
Wil u dit artikel delen?