Home Over het project Werkzaamheden en planning Archief & Zoeken Contact English
maandag 24 oktober 2011

Projectupdate: wikken, wegen… en nu verder met twee varianten

Wendy van der Meulen

De nieuwe Amstelveenlijn is – op papier – weer een stap dichterbij. De komende maanden wordt gewerkt aan een ‘hoogwaardige railverbinding’ die een alternatief voor de metrovariant is. De al uitgewerkte metrovariant is nog niet afgevallen, maar wordt door de hoge investeringskosten en beperkte dekkingsmogelijkheden minder aantrekkelijk geacht.

Vijf varianten
De Stadsregio Amsterdam en de gemeenten Amsterdam en Amstelveen doen sinds 2010 onderzoek naar de toekomst van de Amstelveenlijn. Project Amstelveenlijn onderzocht verschillende mogelijkheden en zette per variant de voor- en nadelen en kosten op een rij. De rapportage ‘Oplossingsrichtingen Amstelveenlijn’ meldt vijf manieren waarop de Amstelveenlijn van de toekomst eruit kan zien: metro, regiotram, stadstram, sneltram en de variant ‘Initiatiefgroep Regiotram 51’.

Toetsing van de vijf varianten
De Stadsregio en de gemeenten hebben de vijf varianten, op basis van onderzoek, op een aantal punten getoetst: de maatschappelijke voor- en nadelen, de financiering van de bouw en de toekomstige exploitatiekosten, de uitvoeringsperiode (hoe lang duurt de ombouw?), de toekomstvastheid (plek bieden aan een groeiend aantal reizigers), verbetering van de verkeersveiligheid en een zo kort mogelijke periode van vervangend openbaar vervoer tijdens de ombouw. Ook is er goed gekeken naar de plannen en werkzaamheden op de Zuidas en hoe de ombouw van de Amstelveenlijn daarop soepel kan aansluiten. Een belangrijk punt is in ieder geval een hoogwaardige en overzichtelijke overstap voor reizigers op station Zuid, zowel tijdens de ombouw als in de definitieve situatie.

Uitkomsten van de toetsing
Een metro (uitbreiding van de Noord/Zuidlijn tussen station Zuid en Westwijk) rijdt vaak en snel, rijdt ongelijkvloers heeft dus geen hinder van het overige verkeer. Daarnaast is de metro van alle varianten het meest toekomstvast: de ruimte voor (een groeiend aantal) reizigers is de komende jaren beslist toereikend. Deze variant past daarom goed bij de ambities en groeiperspectieven van de regio. De hoge investeringskosten, het gebrek aan financiële dekking en daarmee de haalbaarheid vormen echter het grootste risico van deze variant.

De variant regiotram heeft veel voordelen. De baten benaderen die van een metro, terwijl de kosten een stuk lager liggen. De variant scoort verder goed op punten als korte reistijden, een compacte overstap op station Zuid, goede verbindingen met het centrum van Amsterdam, gunstige exploitatiekosten en voldoende toekomstvastheid. Aandachtspunten zijn onder meer de verbetering van de verkeersveiligheid, de ruimtelijke inpassing in Amsterdam en de doorstroming van het overige verkeer.

De stadstram blijkt een goede en betaalbare optie. Hij kan op veel plaatsen gebruikmaken van het rails- en bovenleidingensysteem dat al in gebruik is in Amsterdam. Maar gezien het maximale aantal reizigers dat deze trams kunnen vervoeren, zal het nodig zijn vaker te gaan rijden. Dit heeft negatieve gevolgen voor de doorstroming van het overige verkeer, de verkeersveiligheid en de fysieke inpassing (in het geval van gelijkvloers kruisen met het overige verkeer). In het Zuidasgebied is deze optie moeilijk in te passen.

Uit het onderzoek blijkt dat de sneltram-variant gunstig uitpakt in zijn kosteneffectiviteit. De investeringskosten zijn laag, maar in vergelijking met de regiotram zijn ook de baten gering. Het zogenaamde ‘hybride materieel’, dat zowel op tram- als op metrorails kan rijden, is duur en storingsgevoelig. Het hoge materieel en gelijkvloers kruisen heeft bovendien veel nadelen voor de verkeersveiligheid. Daarnaast is de inpassing op station Zuid lastig.

De variant van Initiatiefgroep Regiotram 51 (tussen Westwijk en Vrije Universiteit over het huidige traject, tussen VU en Amsterdam-Noord via een verlengde Noord/Zuidlijn-tunnel) scoort goed op een punten als het vervoeren van grote aantallen reizigers. Er is echter een aantal bezwaren. Zo is niet mogelijk om in de Noord/Zuidlijn-tunnel een bovenleiding aan te brengen; dit maakt het ook in deze variant noodzakelijk om het dure en storingsgevoelige hybride materieel te gebruiken. Ook zullen de huidige problemen rond de verkeersveiligheid groter worden vanwege de benodigde grotere lengte van de voertuigen. Om de aantallen reizigers te kunnen vervoeren in de Noord/Zuidlijntunnel moet materieel worden ingezet dat twee keer zo lang is dan het huidige sneltrammaterieel. Op de Zuidas heeft deze oplossing de nodige technische inpassingsproblemen.

Conclusie na de toetsing
Na afweging van alle plussen en minnen concludeerden het Dagelijks Bestuur van Stadsregio Amsterdam en Stadsdeel Zuid en de Colleges van B&W van de gemeenten Amsterdam en Amstelveen dat:

  • een hoogwaardige railverbinding verder moet worden uitgewerkt. Een mogelijkheid voor de beoogde hoge kwaliteit is een combinatie van regiotram en stadstram, die de voordelen van beide varianten zo veel mogelijk samenbrengt.
  • een metro tussen Amsterdam Centraal en Amstelveen-Westwijk (ofwel verlenging van de Noord/Zuidlijn vanaf station Amsterdam Zuid) als mogelijkheid in beeld blijft.

Wat gebeurt er de komende tijd?
De Colleges van B&W van Amsterdam en Amstelveen en de Dagelijkse Besturen van Stadsregio Amsterdam en Stadsdeel Zuid hebben in oktober 2011 besloten om de hoogwaardige railverbinding verder uit te laten werken.  Project Amstelveenlijn gaat hier nu mee aan de slag. Het gaat daarbij om aspecten als ‘lijnvoering’ (hoe gaat de lijn lopen, waar is het begin- en eindpunt, hoeveel haltes komen er, enzovoort), materieel, bouw- en exploitatiekosten, inpassing in de bestaande omgeving, hinder tijdens de bouw, verbetering van de verkeersveiligheid, samenhang met de Zuidas en gevolgen op station Zuid.

Na deze uitwerking en uitsluitsel over een financiële bijdrage van de rijksoverheid kunnen de bestuurders naar verwachting in 2012 een definitieve keuze maken tussen de hoogwaardige railverbinding en de metro. Deze keuze wordt vervolgens voorgelegd aan het dagelijks bestuur en de raden van Amsterdam, Amstelveen en Stadsdeel Zuid. Met inachtneming van de besluitvorming door de gemeenten neemt uiteindelijk de Regioraad, het belangrijkste bestuursorgaan van Stadsregio Amsterdam, een definitief besluit over de toekomstige Amstelveenlijn.

Inloopmomenten
Om u te informeren over de rapportage Oplossingsrichtingen Amstelveenlijn en het vervolg worden er inloopmomenten georganiseerd. Dan staan projectmedewerkers voor u klaar om toelichting te geven op het project en antwoord te geven op uw vragen.

U bent van harte welkom op één van deze twee momenten. Aanmelden is niet nodig.
U kunt binnenlopen, de koffie staat klaar. De inloopmomenten vinden plaats op:

  • 24 oktober van 19-21u op Stroombaan 4, Amstelveen
  • 27 oktober van 14-16u op Stroombaan 4, Amstelveen

Meer informatie over het project en de rapportage Oplossingsrichtingen Amstelveenlijn is te vinden op deze website. 
Deze projectupdate en de rapportage zijn te downloaden in het rode vak aan de rechter zijde en aan te vragen via het telefoonnummer: 020 81 000 34

Heeft u vragen? Stel ze hier.

Wil u dit artikel delen?